ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8901
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A. van Eijk
- P.B. Martens
- H.J. Bunjes
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen DNA-afname bij veroordeelde wegens medeplegen steunfraude ongegrond verklaard
Veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek, opgelegd na haar veroordeling wegens medeplegen van steunfraude. De rechtbank heeft het bezwaar inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en jurisprudentie van de Hoge Raad.
De rechtbank stelt vast dat het misdrijf waarvoor veroordeelde is veroordeeld valt onder de categorie misdrijven waarvoor DNA-afname verplicht is, en dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel in dit geval relevant kan zijn voor opsporing en vervolging. De door de verdediging aangevoerde uitzonderingen, zoals de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden, worden verworpen.
Ook het verweer dat de officier van justitie niet voortvarend heeft gehandeld door pas acht maanden na het vonnis het bevel te geven, wordt door de rechtbank niet gevolgd. De rechtbank concludeert dat het bevel voldoet aan de wettelijke eisen en verklaart het bezwaar ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bevel tot DNA-afname wordt ongegrond verklaard.