ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8899
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A. van Eijk
- P.B. Martens
- H.J. Bunjes
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen DNA-afname bij veroordeelde verduistering
De veroordeelde is bij vonnis veroordeeld voor medeplegen van verduistering in dienstbetrekking. Op basis van dit vonnis is door de officier van justitie een bevel gegeven tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek. Veroordeelde maakte bezwaar tegen dit bevel, stellende dat DNA-afname niet van belang is voor opsporing van het gepleegde misdrijf en dat het feit niet ernstig genoeg is voor opname in de DNA-databank.
De rechtbank heeft het bezwaar behandeld en overwogen dat de wetgever in principe bij iedere veroordeelde voor misdrijven genoemd in artikel 67 lid 1 Sv Pro DNA-materiaal wil afnemen, met slechts beperkte uitzonderingen. De rechtbank stelt echter vast dat bij verduistering doorgaans geen celmateriaal wordt achtergelaten en dat het bepalen van een DNA-profiel in dit concrete geval niet van betekenis zal zijn voor opsporing of vervolging van strafbare feiten.
Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden of concreet recidivegevaar die DNA-afname kunnen rechtvaardigen. De rechtbank concludeert daarom dat het bevel tot DNA-afname niet voldoet aan de wettelijke eisen en verklaart het bezwaar gegrond. Zij beveelt vernietiging van het afgenomen celmateriaal en sluit rechtsmiddelen uit.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bevel tot DNA-afname wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal dient te worden vernietigd.