ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8626
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B. Martens
- H.J. Bunjes
- G.W.A. Lamsvelt
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt prevalentie waarheidsvinding boven verschoningsrecht notaris bij verdenking valsheid in geschrifte
De rechtbank Amsterdam behandelde een klaagschrift van een notaris die zich verzette tegen de inbeslagname van stukken onder zijn verschoningsrecht. De notaris werd verdacht van valsheid in authentieke akten en medeplegen van opzettelijk witwassen. Na een doorzoeking op zijn kantoor werden diverse documenten in beslag genomen, waaronder dossiers en digitale bestanden.
De rechter-commissaris had geoordeeld dat sprake was van zeer uitzonderlijke omstandigheden waardoor het belang van de waarheidsvinding zwaarder woog dan het verschoningsrecht van de notaris. Dit oordeel werd betwist door de notaris en zijn raadsvrouw, die stelden dat de beslissing te laat was genomen en dat de stukken niet zonder toestemming mochten worden ingezien.
De rechtbank oordeelde dat het maatschappelijk belang bij het aan het licht brengen van de waarheid in dit geval zwaarder weegt dan het verschoningsrecht, gezien de ernst van de verdenkingen en de functie van de notaris. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en bevestigde de inbeslagname van de stukken. Tevens werd opgemerkt dat de beslissing van de rechter-commissaris correct en tijdig was genomen en dat partijen hiermee hadden ingestemd.
Uitkomst: Het klaagschrift van de notaris wordt ongegrond verklaard en de inbeslagname van de stukken blijft gehandhaafd.