ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8313
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering aan niet-Nederlandse moeder
Verzoekster, met de Surinaamse nationaliteit, vraagt bijstand voor zichzelf en haar Nederlandse dochter. Haar aanvraag wordt afgewezen omdat zij geen verblijfstitel heeft die recht op bijstand geeft. De dochter ontvangt een uitkering naar de norm van een 18-jarige.
Verzoekster beroept zich op het EU-recht (arresten Zambrano en Dereci) en op het EVRM, stellende dat zij recht heeft op bijstand vanwege de zorgplicht voor haar Nederlandse dochter. De voorzieningenrechter oordeelt dat deze arresten niet van toepassing zijn omdat de vader van het kind in Nederland mag verblijven en voor het kind kan zorgen.
Verder wordt geoordeeld dat bijstandsverlening aan vreemdelingen zonder verblijfsrecht, ook bij dringende redenen, volgens de Centrale Raad van Beroep uitgesloten is. De voorzieningenrechter ziet daarom geen reden om het besluit te schorsen en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.