ECLI:NL:RBAMS:2012:BY5815
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek dwangakkoord bij voortzetting onderneming ondanks preferente schuldeisers
Verzoekster, een natuurlijke persoon die sinds 2000 een taxionderneming drijft, heeft financiële problemen en heeft een schuldregeling aangeboden waarbij preferente en concurrente schuldeisers een deel van hun vordering ontvangen. De preferente schuldeiser BPF weigert in te stemmen vanwege niet afgedragen pensioenpremies. Verzoekster wil de onderneming met 12 werknemers en 8 taxi’s voortzetten en heeft een saneringskrediet van de gemeente ontvangen.
De rechtbank overweegt dat de schuldsaneringsregeling primair gericht is op het gelde maken van activa ten behoeve van schuldeisers, wat doorgaans liquidatie van de onderneming betekent. Voortzetting van de onderneming is slechts onder strikte voorwaarden mogelijk. Gezien de levensvatbaarheid van de onderneming en de overwaarde van de woning acht de rechtbank het niet aannemelijk dat bij liquidatie een lagere uitkering aan schuldeisers zal worden gedaan dan het huidige akkoord.
BPF stelt dat het niet afdragen van pensioenpremies een wettelijke verplichting betreft die niet kan worden genegeerd en dat het akkoord onvoldoende is. De rechtbank volgt dit standpunt en wijst het verzoek tot het opleggen van het dwangakkoord af. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling blijft in behandeling en zal afzonderlijk worden beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot het opleggen van het dwangakkoord wordt afgewezen.