ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3098
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning en sluiting coffeeshop wegens slecht levensgedrag
Verzoeker exploiteert een coffeeshop in Amsterdam en heeft een exploitatievergunning en gedoogverklaring aangevraagd. Na een opsporingsonderzoek waarbij verzoeker werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie voor handel in hasj, weigerde de burgemeester de vergunning vanwege slecht levensgedrag van verzoeker en zijn leidinggevenden.
Verzoeker betwist de beschuldigingen en wijst op een afgegeven Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en het feit dat de strafrechtelijke vervolging tegen hem is geseponeerd. De voorzieningenrechter overweegt dat een strafrechtelijke veroordeling niet vereist is om te spreken van slecht levensgedrag en dat de burgemeester op basis van concrete gegevens aannemelijk mocht achten dat verzoeker betrokken was bij drugshandel.
De rechtbank benadrukt dat de burgemeester een discretionaire bevoegdheid heeft bij de vergunningverlening en dat het belang van de openbare orde en het woon- en leefklimaat zwaarder weegt dan het belang van verzoeker. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen, waarmee de sluiting van de coffeeshop wordt bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en de weigering van de exploitatievergunning en sluiting van de coffeeshop blijft gehandhaafd.