ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0753
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsdekking bedrijfsschade door defect biovergistingsinstallatie
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres], exploitant van een biovergistingsinstallatie, en verzekeraar Delta Lloyd over de dekking van bedrijfsschade voortvloeiend uit een defect aan het bedieningsmechanisme van de suppletieafsluiter van de glycerinesilo. Het defect leidde tot verstoring van het vergistingsproces, minder methaangasproductie en daardoor een verminderde elektriciteitsproductie.
[Eiseres] vordert vergoeding van de bedrijfsschade op grond van de bedrijfsschadeverzekering, terwijl Delta Lloyd betwist dat deze schade gedekt is, onder meer vanwege uitsluitingen en de carenztijd. De rechtbank stelt vast dat het defect aan een verzekerd gevaarsobject valt en dat de indirecte schade, zoals de verminderde elektriciteitsproductie, ook onder de dekking valt. De polisvoorwaarden worden contra proferentem uitgelegd ten gunste van [eiseres].
Delta Lloyd kan de uitsluiting van schade aan biomassa en methaangas niet toepassen op de bedrijfsschade, omdat de schade hoofdzakelijk voortvloeit uit het defect aan het gevaarsobject. Wel oordeelt de rechtbank dat [eiseres] de omvang van de schade onvoldoende heeft onderbouwd, met name door het ontbreken van een overzicht van vaste lasten en netto winst over de relevante periode. De rechtbank wijst partijen aan om nadere stukken te overleggen en houdt de verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bedrijfsschade gedekt is, maar houdt de verdere beslissing aan wegens onvoldoende onderbouwing van de schade.