ECLI:NL:RBAMS:2012:BX4952
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring en onrechtmatigheid bij val werknemer aan boord Greenpeace-schip
Eiser was vanaf december 2002 werkzaam op het schip Esperanza van Greenpeace en raakte op 16 december 2002 gewond door een val van een trap aan boord. Hij startte een procedure tegen Greenpeace voor schadevergoeding.
Greenpeace voerde verjaring aan, stellende dat de vordering na vijf jaar was verjaard en dat stuiting door eerdere dagvaarding niet voldeed omdat de cassatiedagvaarding niet was aangebracht bij de Hoge Raad. De rechtbank oordeelde dat de verjaring door de eerste dagvaarding in 2007 was gestuit, maar dat de cassatieprocedure niet rechtsgeldig aanhangig was gemaakt, waardoor de verjaringstermijn pas na het vervallen van de cassatieprocedure opnieuw begon te lopen.
De rechtbank concludeerde dat eiser binnen de wettelijke termijn een nieuwe eis had ingesteld, waardoor de verjaring nog niet was voltooid. Daarnaast stelde de rechtbank dat eiser onvoldoende feiten had gesteld om onrechtmatig handelen door Greenpeace aan te tonen, zodat zijn vordering op die grond werd afgewezen.
De zaak werd verwezen naar de rol voor verdere proceshandeling met betrekking tot een mogelijke uitbreiding van de grondslag van de eis, waarna Greenpeace daarop kan reageren.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de verjaring is gestuit en wijst de vordering wegens onrechtmatige daad af wegens onvoldoende feiten.