ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1618
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld afgewezen
Op 16 februari 2012 vond een incident met huiselijk geweld plaats in de gezamenlijke woning van de man en vrouw, waarbij beiden als verdachte werden aangemerkt en letsel opliepen. De vijfjarige dochter was getuige van het geweld. Naar aanleiding hiervan legde de burgemeester van Amsterdam op 17 februari 2012 een tijdelijk huisverbod op aan de man, dat hem verbood de woning te betreden en contact te hebben met de vrouw, hun kinderen en de schoonzuster.
De man stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd omdat er een ernstig en onmiddellijk gevaar bestond voor de veiligheid van de vrouw en kinderen. Dit werd onderbouwd met het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld en eerdere incidenten waarbij politie moest ingrijpen.
De man voerde aan dat hij geen gevaar vormde, dat het letsel van de vrouw waarschijnlijk zelf toegebracht was, en dat hij door het contactverbod zijn kinderen niet kon zien, wat hem emotioneel en praktisch zwaar trof. Hij bood hulpverlening aan en stelde dat het gevaar inmiddels was geweken.
De rechter achtte het vermoeden van gevaar echter nog aanwezig, mede omdat er nog geen hulpverlening was gestart en spanningen bij de vrouw een opheffing van het contactverbod met de kinderen onwenselijk maakten. De belangenafweging was niet kennelijk onredelijk, en het nadeel voor de man woog niet zwaarder dan het doel van het huisverbod, namelijk een afkoelingsperiode en veiligheid voor de huisgenoten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De man kon bij verdere ontwikkelingen een heroverweging van het huisverbod verwachten.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het huisverbod blijft van kracht.