ECLI:NL:RBAMS:2012:BX0949
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Vriethoff
- H.P. Kijlstra
- P. Rodenburg
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 mei 2012 een vordering tot overlevering van een verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB was uitgevaardigd wegens het vermoeden van illegale handel in verdovende middelen, een strafbaar feit opgenomen in bijlage 1 van de Overleveringswet (OLW). De verdachte, met de Nederlandse en Turkse nationaliteit, werd op 15 maart 2012 in Nederland aangehouden en is sindsdien gedetineerd.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en de geldigheid van het EAB. Tevens werd een garantie van de Duitse autoriteiten beoordeeld dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgezeten conform het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen. De verdediging voerde aan dat deze garantie niet voldeed vanwege het ontbreken van handtekening, maar de rechtbank achtte deze voldoende op grond van het vertrouwensbeginsel.
De verdediging stelde dat er in Nederland al een strafvervolging liep, wat een weigeringsgrond zou vormen. De rechtbank oordeelde echter dat de aanhouding en inverzekeringstelling in Nederland slechts op grond van een rechtshulpverzoek uit Duitsland plaatsvonden en dat er geen zelfstandige vervolging in Nederland was gestart. Ook het verweer dat het feit geheel op Nederlands grondgebied zou zijn gepleegd en daarmee overlevering aan Duitsland niet passend zou zijn, werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig waren en stond de overlevering toe.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor het strafrechtelijk onderzoek en vervolging wegens illegale handel in verdovende middelen.