ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8498
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag aan derdelander zonder rechtmatig verblijf ondanks Nederlandse kinderen
Eiseres, een derdelander zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht om kinderbijslag voor haar twee Nederlandse kinderen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde dit op grond van het koppelingsbeginsel in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), omdat zij niet over een geldige verblijfstitel beschikt.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres waarbij zij zich beroept op het EVRM, IVRK en jurisprudentie van het Hof van Justitie (onder meer Ruiz Zambrano en Dereci) en uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). De rechtbank oordeelde dat de weigering van kinderbijslag niet leidt tot het feitelijk verplicht verlaten van Nederland door de kinderen, en dat het koppelingsbeginsel niet doorbroken wordt omdat eiseres niet voldoet aan de door de CRvB gestelde voorwaarden.
De rechtbank verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding, en wees het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt dat het ontbreken van rechtmatig verblijf een doorslaggevende factor blijft bij het recht op kinderbijslag, ook als de kinderen de Nederlandse nationaliteit bezitten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op kinderbijslag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.