ECLI:NL:RBAMS:2012:BW7897
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bezoek- en contactverbod opgelegd ter bescherming van dementerende cliënt
De zaak betreft een kort geding waarin de mentor van een dementerende cliënt, de heer A, een bezoek- en contactverbod vordert tegen een vriend van de cliënt, gedaagde. De mentor is benoemd door de kantonrechter en handelt in het belang van A, die lijdt aan een progressief dementiesyndroom en niet in staat is zijn belangen zelf te behartigen.
De vordering volgt op herhaalde bezoeken en contactpogingen van gedaagde, ondanks een eerder opgelegd verbod. Gedaagde uitte zich grievend over de mentor en probeerde A te bewegen zich te onttrekken aan de bewindvoering, wat leidde tot onrust en onzekerheid bij A. Diverse verklaringen van verzorgers en de locatiemanager bevestigen de negatieve impact van deze bezoeken op de gemoedsrust van A.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van A bij rust en een neutrale omgeving zwaarder weegt dan het recht van gedaagde op contact, mede gezien de kwetsbare geestestoestand van A. Het verbod wordt voor zes maanden opgelegd, inclusief een verbod op het sturen van e-mails aan de mentor en betrokkenen bij de verzorging, met een dwangsom bij overtreding. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde krijgt een bezoek- en contactverbod van zes maanden opgelegd met dwangsommen en proceskostenveroordeling.