ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4035
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatievergoeding voor vertraging aansluitende vlucht op grond van EU-verordening 261/2004
De passagiers boekten een vlucht van Amsterdam naar Londen Heathrow met aansluitende vlucht naar Boston. Door een vertraging van 74 minuten op de eerste vlucht miste men de aansluitende vlucht, waardoor men met meer dan drie uur vertraging in Boston arriveerde. De passagiers vorderden compensatie van €600 op grond van EU-verordening 261/2004.
De vervoerder verweerde zich onder meer met een procedurele klacht en het beroep op buitengewone omstandigheden wegens weersomstandigheden en luchtverkeersleiding. De rechtbank overwoog dat het Sturgeon-arrest van het HvJ EU leidend is en dat bij aansluitende vluchten de eindbestemming bepalend is voor de berekening van de vertraging.
De rechtbank verwierp het beroep op buitengewone omstandigheden, omdat de weersomstandigheden en verkeersleidingmaatregelen niet uitzonderlijk waren en de vervoerder geen bewijs leverde dat alle redelijke maatregelen waren getroffen. De passagiers kregen daarom compensatie toegekend, vermeerderd met wettelijke rente, en de proceskosten werden aan de vervoerder opgelegd.
Uitkomst: British Airways wordt veroordeeld tot betaling van €600 compensatie wegens vertraging aansluitende vlucht.