ECLI:NL:RBAMS:2012:BV7126
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzet tot dwang bij verkrachting en aanranding
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting en aanranding van een minderjarige vrouw. De tenlastelegging betrof het gebruik van dwang of bedreiging om seksuele handelingen te laten ondergaan. De officier van justitie stelde dat de seksuele handelingen tegen de wil van de aangeefster plaatsvonden en dat verdachte zich bewust was van deze dwang. De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had om dwang toe te passen en stelde de geloofwaardigheid van de aangeefster ter discussie.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de aangeefster slechts in het begin protesteerde en daarna het verzet staakte, mogelijk omdat verdachte haar verkeerd begreep. De rechtbank vond dat onvoldoende bewijs was geleverd dat verdachte bewust was van het feit dat de seksuele handelingen tegen de wil van de aangeefster plaatsvonden. Ook medische bevindingen en sms-berichten werden meegewogen, maar boden geen overtuigend bewijs van opzet tot dwang.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet voldeed aan de vereisten om het opzet op dwang vast te stellen en sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard en werd een eerdere vordering tot tenuitvoerlegging van een werkstraf afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet tot dwang bij verkrachting en aanranding.