ECLI:NL:RBAMS:2012:BV0459
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Misleiding door gevolmachtigde bij verkoop van nalatenschap pendanten
Eiseressen, erfgenamen van hun ouders, vorderen inzage in bankafschriften van gedaagde, die als gevolmachtigde was belast met de verkoop van acht schilderijen (pendanten) uit de nalatenschap. Gedaagde verkocht de pendanten voor de door de executeur bepaalde minimumprijs van €650.000, maar eiseressen vermoeden dat hij ze voor een hogere prijs heeft doorverkocht en hen daardoor heeft benadeeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde in de procedure en tegenover eiseressen onjuiste informatie heeft verstrekt door te ontkennen de pendanten zelf te hebben gekocht, terwijl hij deze feitelijk via een kunsthandelaar terugkocht en in consignatie gaf. Dit wordt als misleiding aangemerkt, wat de procedure heeft vertraagd.
Desondanks is niet gebleken dat gedaagde de schilderijen met voorbedachte rade buiten zicht van de erven heeft doorverkocht aan een derde die al bij hem bekend was. Zijn handelen valt binnen de grenzen van de aan hem verstrekte volmacht en is niet in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid.
De vordering tot inzage in bankafschriften wordt afgewezen wegens onvoldoende belang. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseressen, begroot op €1.166,80. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. van Walraven op 6 januari 2012.
Uitkomst: De vordering tot inzage in bankafschriften wordt afgewezen, gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten wegens misleiding.