ECLI:NL:RBAMS:2011:BY1902
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- J.A.J. Peeters
- M. van Walraven
- E.D. Bonga-Sigmond
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens ontbreken schijn van partijdigheid
Verzoeker was van december 2006 tot 28 februari 2008 in voorlopige hechtenis en werd toen in vrijheid gesteld. Het Openbaar Ministerie stelde dat zich een novum had voorgedaan, waarna verzoeker opnieuw werd aangehouden en voorgeleid aan de rechter-commissaris. Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris, stellende dat deze de schijn van partijdigheid wekte door zich bevoegd te achten over de voorlopige hechtenis te beslissen, terwijl dit volgens verzoeker de rechtbank toekomt.
De rechtbank onderzocht het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 512 Sv Pro en oordeelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De rechter-commissaris gaf een gemotiveerde toelichting op zijn bevoegdheid en mededelingen, die niet onbegrijpelijk waren of duidden op vooringenomenheid.
De rechtbank concludeerde dat de schijn van partijdigheid ontbrak en dat het wrakingsverzoek ongegrond was. De procedure wordt voortgezet zoals die was op het moment van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens ontbreken van de schijn van partijdigheid.