ECLI:NL:RBAMS:2011:BX0963
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang voor ongewenst verklaarde vreemdeling
Eiser, een ongewenst verklaarde vreemdeling die sinds 1998 in Nederland verblijft en sinds 2007 in een opvangpension woont, verzocht om maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet rechtmatig in Nederland verblijft, hetgeen volgens artikel 10 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 uitsluiting van dergelijke voorzieningen inhoudt.
Eiser voerde aan dat hij als kwetsbaar persoon aanspraak heeft op opvang op basis van Richtlijn 2008/115 EG en artikel 8 EVRM Pro, evenals op grond van internationale verdragen zoals het IVESCR en het Europees Sociaal Handvest. De rechtbank oordeelde dat eiser niet kan worden aangemerkt als kwetsbaar in de zin van deze bepalingen en dat de weigering niet in strijd is met het EVRM, mede omdat eiser destijds nog in een opvangvoorziening verbleef en geen noodsituatie bestond.
Verder stelde de rechtbank vast dat de internationale verdragen waarop eiser zich beroept geen afdwingbare rechten bevatten die een recht op maatschappelijke opvang opleveren. Ook het beroep op coördinatie met andere bestuursorganen faalde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en kende geen schadevergoeding of proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van maatschappelijke opvang wordt ongegrond verklaard vanwege zijn niet-rechtmatige verblijfstatus.