ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1065
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van Nederlandse verdachte voor moordpoging in België
De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 december 2011 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens betrokkenheid bij een moordpoging in Anderlecht. De verdachte werd verdacht van het uitlokken van het strafbare feit en verbleef in Nederland.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder de onrechtmatigheid van de voorlopige aanhouding, het ontbreken van een duidelijke medeplichtigheidsvorm in het EAB, en dat opsporingshandelingen in Nederland zouden duiden op een eigen strafvervolging, waardoor overlevering geweigerd zou moeten worden. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat het EAB voldoende duidelijkheid bood over het strafbare feit en de betrokkenheid van de verdachte, en dat de opsporingshandelingen geen formele vervolging vormden.
De rechtbank oordeelde ook dat de overlevering niet werd belemmerd door het specialiteitsbeginsel of het ne bis in idem-beginsel. Verder werd de garantie gegeven dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden ondergaan. Ondanks dat het strafbare feit deels op Nederlands grondgebied zou zijn gepleegd, werd op verzoek van het Openbaar Ministerie afgezien van de weigeringsgrond.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan, waarmee de verdachte aan de Belgische autoriteiten zal worden uitgeleverd voor het strafrechtelijk onderzoek en vervolging van de moordpoging.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor het strafrechtelijk onderzoek en vervolging van moordpoging.