ECLI:NL:RBAMS:2011:BV0857
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens niet-beschikbaar stellen voor arbeid door ziekte
Eiser heeft een WW-uitkering aangevraagd na ontslag per 9 juni 2008. Aanvankelijk werd hem een voorschot op de uitkering toegekend, maar later stelde verweerder dat eiser verwijtbaar werkloos was geworden omdat hij zich niet beschikbaar stelde voor arbeid. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarna verweerder het eerste besluit introk en de motivering van het bezwaarbesluit wijzigde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet ontvankelijk vanwege intrekking, maar behandelde de beroepen tegen de tweede en derde besluiten inhoudelijk. Uit onder meer werkintakeverslagen, inspectierapporten, medische rapportages en de houding van eiser blijkt dat hij vanwege rugklachten en psychische problemen niet beschikbaar was voor de arbeidsmarkt.
Eiser voerde aan niet op de sollicitatieplicht te zijn gewezen, maar de rechtbank oordeelde dat hij de voorlichtingsbrochures had ontvangen. Ook een mogelijke ontheffing in het kader van de bijstand was niet van toepassing op de WW. De rechtbank vond dat verweerder terecht de WW-uitkering had beëindigd omdat eiser niet aan de beschikbaarheidseis voldeed.
De beroepen werden ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten voor het niet-ontvankelijk verklaarde beroep. De financiële gevolgen van terugvordering van voorschotten vielen buiten dit geding.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot weigering van WW-uitkering worden ongegrond verklaard omdat eiser zich niet beschikbaar stelde voor arbeid.