ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9801
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- F.G. Bauduin
- J. Knol
- C.M. Degenaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens gebrek aan objectieve onpartijdigheidsvrees
In deze zaak diende een verzoek tot wraking van de rechter-commissaris die belast was met de behandeling van een strafzaak tegen verzoeker. Verzoeker stelde dat de rechter zich reeds een oordeel had gevormd over de verklaringen van medeverdachten, waardoor de onpartijdigheid in het geding zou zijn. Dit zou blijken uit het feit dat de rechter twee medeverdachten in bewaring had gesteld en de verklaring van de eerste verdachte ter hand had gesteld aan de raadsman van verzoeker.
De rechtbank onderzocht of er sprake was van feiten of omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid konden schaden. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen het subjectieve criterium (persoonlijke overtuiging van partijdigheid) en het objectieve criterium (objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid). De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor subjectieve partijdigheid en dat de vrees van verzoeker niet objectief gerechtvaardigd was.
De rechter had immers de verklaring van de eerste verdachte overgelegd omdat deze een andere verklaring had afgelegd dan bij de politie, en had de raadsman van verzoeker gelegenheid gegeven om overleg te plegen en een wrakingsverzoek voor te bereiden. De enkele omstandigheid dat de rechter beslissingen had genomen in zaken tegen medeverdachten was onvoldoende om vooringenomenheid aan te nemen. Ook de door verzoeker aangevoerde opmerkingen van de rechter wekten geen schijn van partijdigheid.
Daarom wees de rechtbank het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de strafzaak tegen verzoeker wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.