ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9793
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter-commissaris wegens vermeende partijdigheid
In deze zaak hebben drie verdachten, vertegenwoordigd door hun advocaten, een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter-commissaris die belast was met het verhoor van een getuige in een strafrechtelijk onderzoek naar poging tot moord en voorbereidingshandelingen.
De verzoeken waren gebaseerd op het standpunt dat de rechter het belang van de verdediging om het getuigenverhoor goed voor te bereiden ondergeschikt had gemaakt aan de organisatie van het verhoor. Ook werd aangevoerd dat de verdediging niet over alle relevante audiovisuele verhoren beschikte, terwijl het openbaar ministerie deze wel had, waardoor de verdediging niet adequaat kon confronteren.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend en dat de beslissing van de rechter om het verhoor niet uit te stellen een processuele beslissing betrof waartegen het wrakingsverzoek geen grond bood. De rechter had zijn beslissing gemotiveerd en rekening gehouden met belangen van verdediging en mede-verdachten. Er was geen sprake van feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van indiening van het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter-commissaris is afgewezen en de procedure wordt voortgezet.