ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8654
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van Zvw-bijdrage en verrekening pensioeninhoudingen voor verdragsgerechtigden
Eisers, allen woonachtig in het buitenland en gerechtigd op pensioenen uit Nederland en andere landen, betwistten de vaststelling van de buitenlandbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) door het College voor Zorgverzekeringen (verweerder). Zij voerden aan dat pensioenfondsen onterecht inhoudingen hadden afgedragen aan de Belastingdienst in plaats van aan verweerder, en dat dit bij de jaarafrekeningen niet was verrekend.
De rechtbank constateerde dat de Belastingdienst inmiddels teruggave had verleend aan eisers, waardoor feitelijk geen belang meer bestond bij beantwoording van de vraag of verweerder met de Belastingdienst had moeten verrekenen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verweerder bevoegd was de jaarafrekeningen vast te stellen, ook al vond de vaststelling later plaats dan door eiser 3 betwist werd. De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie dat het niet tijdig nemen van besluiten niet automatisch tot vernietiging leidt, mits compensatie zoals het afzien van renteheffing plaatsvindt.
De beroepen werden ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het door eisers betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser 3. De rechtbank benadrukte dat de inhoudingen die aan de Belastingdienst waren afgedragen inmiddels waren terugbetaald, waardoor verdere verrekening niet meer aan de orde was.
Uitkomst: De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser 3.