ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7149
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting premiepercentage en betalingsverplichtingen in vervroegde uittredingsregeling havenbedrijven
De Stichting Vervroegde Uittreding Zeehavens (STIVU) vordert betaling van achterstallige premies van USA c.s. en [A] op grond van deelname aan een vervroegde uittredingsregeling voor havenwerknemers.
USA c.s. betwist de rechtmatigheid van de premieverhoging per 1 januari 2009, stellende dat de verhoging geen grondslag vindt in de overeenkomst en dat het premiepercentage slechts éénmaal aangepast mag worden bij een daling van meer dan 10% van de loonsom ten opzichte van 1 januari 1996. STIVU verdedigt de verhoging op basis van artikel 18.6 van het reglement, dat een discretionaire bevoegdheid geeft tot aanpassing van het premiepercentage gedurende de looptijd van de regeling.
De rechtbank oordeelt dat STIVU de methodiek voor berekening van het premiepercentage terecht toepast en dat de peildatum 1 januari 1996 blijft gelden, ook na eerdere aanpassingen. De vorderingen van STIVU worden toegewezen, waarbij USA c.s. en [A] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten, met uitzondering van de gevorderde buitengerechtelijke kosten die niet worden toegewezen wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: STIVU wordt in het gelijk gesteld en USA c.s. en [A] worden veroordeeld tot betaling van achterstallige premies en rente.