ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5220
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsingsbesluit Nederlandse kinderbijslag wegens onvoldoende onderzoek Poolse invaliditeitsuitkering
Eiser, woonachtig in Polen en werkzaam in Nederland, ontving Nederlandse kinderbijslag voor zijn in Polen wonende zoon. Verweerder schortte deze kinderbijslag op grond van een Poolse invaliditeitsuitkering die aan het kind werd toegekend. Volgens verweerder was deze Poolse uitkering een gezinsbijslag, waardoor de Nederlandse kinderbijslag geschorst kon worden op grond van EG-Verordening 1408/71.
Eiser stelde dat de Poolse invaliditeitsuitkering niet gelijkgesteld mocht worden met gewone kinderbijslag, omdat het een extra uitkering voor gehandicapte kinderen betreft, en dat er sprake was van discriminatie. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de juridische aard van de Poolse uitkering en dat de kwalificatie in het nationale recht niet doorslaggevend is voor de vraag of het een gezinsbijslag betreft.
De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie werd aangehaald, waarin werd bepaald dat gezinsbijslagen alle verstrekkingen zijn ter bestrijding van gezinslasten. Omdat verweerder zich enkel baseerde op de Poolse kwalificatie zonder nader onderzoek, was het besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en werd het vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en het betaalde griffierecht werd aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot schorsing van de Nederlandse kinderbijslag wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de aard van de Poolse invaliditeitsuitkering.