ECLI:NL:RBAMS:2011:BU3929
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens geen oplegging straf bij moord door bejaarde moeder op verstandelijk gehandicapte dochter
Op 10 februari 2010 heeft de verdachte haar dochter, die leed aan het syndroom van Down, met een scheermes om het leven gebracht. De rechtbank achtte bewezen dat zij dit met voorbedachten rade heeft gedaan. De verdachte was op het moment van het delict 83 jaar oud en leed aan een cognitieve stoornis, een voorstadium van de ziekte van Alzheimer.
De rechtbank nam kennis van psychiatrische en neurologische rapporten waaruit bleek dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar was. De relatie tussen moeder en dochter was symbiotisch en de moeder vreesde dat haar dochter uit huis geplaatst zou worden, wat haar tot de daad zou hebben aangezet. De verdachte had geen strafblad en het recidiverisico werd als zeer klein ingeschat.
Gezien de leeftijd van verdachte, haar fysieke beperkingen en de aard van haar ziekte, achtte de rechtbank een straf of maatregel niet redelijk. Op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht werd verdachte schuldig verklaard maar werd geen straf opgelegd. De rechtbank hield ook rekening met de negatieve gevolgen van detentie voor de noodzakelijke zorg en begeleiding van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard aan moord, maar krijgt geen straf opgelegd vanwege haar leeftijd en cognitieve stoornis.