ECLI:NL:RBAMS:2011:BU2103
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling mobiele telefoonabonnementen wegens wilsgebrek door psychische stoornis en oplichting
De zaak betreft een vordering van een provider tot betaling van twee mobiele telefoonabonnementen die door gedaagde zijn afgesloten. Gedaagde stelde dat zij onder druk was gezet door derden en leed aan een psychische stoornis, waardoor haar wil ontbrak bij het aangaan van de overeenkomsten. Ter onderbouwing overlegde zij een psychiatrisch rapport en een brief van een maatschappelijk werker.
De kantonrechter nam aan dat gedaagde onder invloed van haar stoornis en druk van derden handelde, waardoor sprake was van een wilsgebrek. De provider had een onderzoeksplicht om te verifiëren of gedaagde daadwerkelijk wilde instemmen met de abonnementen, zeker gezien haar kwetsbare positie en het feit dat zij twee dure abonnementen tegelijk wilde afsluiten. Deze onderzoeksplicht was niet nagekomen.
De kantonrechter oordeelde dat de provider zich niet kon beroepen op gerechtvaardigd vertrouwen (art. 3:35 BW Pro). De overeenkomsten werden vernietigd wegens ontbreken van wilsovereenstemming, waardoor de vordering tot betaling werd afgewezen. De proceskosten werden aan de zijde van de provider opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de mobiele telefoonabonnementen wordt afgewezen wegens ontbreken van wilsovereenstemming door wilsgebrek.