ECLI:NL:RBAMS:2011:BT8289
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Canonverhoging als onredelijke voorwaarde voor instemming met bestemmingswijziging erfpacht Renaultgebouw
De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Amsterdam en erfpachters over de vraag of de Gemeente een canonverhoging mag stellen als voorwaarde voor toestemming tot een bestemmingswijziging van het Renaultgebouw. De erfpachtakte uit 1957 bepaalt een canonbetaling voor een periode van 75 jaar, waarbij tussentijdse verhogingen niet zijn voorzien.
De erfpachters hebben het Renaultgebouw gerenoveerd en een gedeeltelijke bestemmingswijziging aangevraagd, waaronder horeca en leisure. De Gemeente stelde pas na ruim twee jaar een canonverhoging als voorwaarde voor toestemming, wat de erfpachters betwistten. De rechtbank oordeelt dat deze voorwaarde in strijd is met de erfpachtakte en de algemene bepalingen, en kwalificeert dit als misbruik van recht volgens artikel 3:13 BW Pro.
De rechtbank erkent dat er sprake is van een gewijzigde bestemming waarvoor toestemming vereist is, maar stelt dat de Gemeente deze toestemming zonder financiële voorwaarde heeft verleend. De gevorderde canonverhoging wordt daarom afgewezen. Tevens wordt de Gemeente veroordeeld mee te werken aan het vastleggen van de gewijzigde bestemming in een notariële akte. De Gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gevorderde canonverhoging wordt afgewezen en de gewijzigde bestemming wordt erkend zonder financiële voorwaarden.