ECLI:NL:RBAMS:2011:BT7972
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging non-concurrentiebeding wegens belangenafweging bij carrièrestart
De werknemer trad in november 2008 in dienst bij de werkgever en groeide door tot Senior Consultant binnen Sales & Marketing. Hij wilde overstappen naar een concurrent die hem betere carrièremogelijkheden en arbeidsvoorwaarden bood, maar werd belemmerd door een non-concurrentiebeding dat hem verbood binnen twaalf maanden na beëindiging van het dienstverband soortgelijke werkzaamheden te verrichten.
De werknemer stelde dat het concurrentiebeding zijn belangen ernstig schaadde en dat de werkgever geen gerechtvaardigd belang had bij handhaving, mede omdat hij aan het begin van zijn carrière stond en weinig doorgroeimogelijkheden had binnen de huidige werkgever. De werkgever betwistte dit en stelde dat het beding noodzakelijk was ter bescherming van bedrijfsbelangen en dat de werknemer voldoende kansen had gekregen.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding de arbeidsmobiliteit van de werknemer sterk beperkt en dat diens belangen bij verbetering van zijn loopbaan zwaarder wegen dan het belang van de werkgever bij volledige handhaving. Daarom werd het beding gedeeltelijk geschorst, zodat de werknemer na beëindiging van het dienstverband bij de concurrent mag werken, mits hij zich onthoudt van werkzaamheden binnen zijn huidige werkregio en het relatiebeding respecteert.
De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het non-concurrentiebeding wordt gedeeltelijk geschorst zodat de werknemer na beëindiging van het dienstverband bij de concurrent mag werken buiten zijn huidige werkregio.