ECLI:NL:RBAMS:2011:BT6515
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correcte vaststelling inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage over 2006
Eiser, woonachtig in Duitsland en ontvanger van een AOW-uitkering en ABP-pensioen, betwistte de vaststelling van zijn definitieve Zvw-bijdrage over 2006 door het College voor Zorgverzekeringen. Hij stelde dat onterecht een nominale bijdrage werd ingehouden voor zijn partner en dat het inkomen onjuist was vastgesteld, mede vanwege een pensioenbijdrage aan zijn ex-echtgenote.
De rechtbank overwoog dat eiser op grond van de EG-Verordening 1408/71 recht heeft op medische zorg in zijn woonland en daarom een bijdrage aan Nederland verschuldigd is. De bijdrage bestaat uit een nominaal deel, een inkomensafhankelijk deel en een AWBZ-component. De rechtbank concludeerde dat de inhoudingen en terugbetalingen door verweerder correct waren verwerkt en dat de AOW-uitkering als belastbaar loon moet worden aangemerkt.
De bijdrage aan het pensioen van de ex-echtgenote kan niet als aftrekpost worden meegenomen bij de berekening van het inkomensafhankelijke deel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vaststelling van de Zvw-bijdrage over 2006.