ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9511
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.S. Crince Le Roy
- M.I. Heyning
- M.R. Bruning
- Rechtspraak.nl
Oplegging PIJ-maatregel voor jeugdige verdachte na straatroof, afpersing en mishandeling
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaken tegen een jeugdige verdachte die werd verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder poging tot straatroof, afpersing, schuldheling van een brommer, diefstal met geweld, rijden onder invloed, overtreding van de leerplichtwet en mishandeling. De feiten vonden plaats tussen 2009 en 2010, met meerdere slachtoffers betrokken.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte wettig en overtuigend schuldig was aan de meeste tenlastegelegde feiten, met uitzondering van één tenlastelegging waarvoor vrijspraak werd uitgesproken. Uit getuigenverklaringen, spiegelconfrontaties en proces-verbalen bleek dat verdachte een wezenlijke bijdrage had geleverd aan de gepleegde misdrijven. De gedragingen werden gekwalificeerd als medeplegen en schuldheling.
Psychiatrisch en psychologisch onderzoek toonde aan dat verdachte leed aan een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis, waaronder een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken, ADHD en middelenmisbruik. Verdachte toonde weinig motivatie voor verandering en had zich herhaaldelijk aan behandeling onttrokken. De deskundigen adviseerden een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel als beste optie voor zijn ontwikkeling.
De rechtbank legde een PIJ-maatregel van twee jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk, met voorwaarden gericht op begeleiding, woonruimte en dagbesteding. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van twee weken wegens overtreding van de leerplichtwet. De schadevergoeding aan een benadeelde partij werd vastgesteld op €354,36, inclusief materiële en immateriële schade. De rechtbank benadrukte dat vrijheidsbeneming als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke duur werd opgelegd, conform het VN-Kinderrechtenverdrag.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een PIJ-maatregel van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, en een voorwaardelijke jeugddetentie van twee weken.