ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ8235
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing en voorgenomen verwijdering van leerling met rugzakje na gedragsincidenten
De zaak betreft de schorsing en voorgenomen verwijdering van een 10-jarige leerling met een lichte stoornis in het autistisch spectrum en ADHD/MCDD, die een persoonsgebonden budget (rugzakje) heeft toegekend gekregen voor extra ondersteuning op de Joodse basisschool Rosj Pina.
De ouders van de leerling vorderden in kort geding herintreding van hun zoon en maatregelen voor betere begeleiding en toezicht. De school stelde dat de schorsing en verwijdering gerechtvaardigd zijn vanwege een reeks conflicten en incidenten, waaronder verbaal en fysiek geweld jegens medeleerlingen, en het ongepaste gedrag van de moeder na de schorsing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de school de bijzondere inspanningsverplichting niet heeft geschonden. Er was voldoende overleg met de ouders en gezocht naar een andere school. Het incident van 3 maart 2011 was onderdeel van een reeks ernstige gedragsproblemen. De school had het recht om de leerling te verwijderen, mede gelet op het onhoudbare klimaat voor medeleerlingen en personeel.
De vorderingen van de ouders werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door voorzieningenrechter M. van Walraven op 25 mei 2011.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de ouders af en bevestigt het recht van de school om de leerling te verwijderen.