ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ8185
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H.E. van der Pol
- A.M.C. de Wit
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning buitenlandse adoptie wegens ontbreken beginseltoestemming, wel Nederlandse adoptie toegekend
Verzoekers, een samenwonend stel met de Nederlandse en Amerikaanse nationaliteit, hebben in de Verenigde Staten een minderjarige geadopteerd via een open adoptieprocedure. De biologische moeder heeft afstand gedaan van haar ouderlijke rechten. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een positief rapport uit over de verzorging en opvoeding van het kind door verzoekers, ondanks het ontbreken van de beginseltoestemming zoals vereist in Nederland.
De rechtbank oordeelt dat de erkenning van de buitenlandse adoptie wordt afgewezen omdat niet voldaan is aan de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka), die een voorafgaande schriftelijke beginseltoestemming vereist. Het feit dat één verzoeker Amerikaans staatsburger is en de adoptie volgens Amerikaanse regels is verlopen, doet hieraan niet af.
Desondanks wordt het subsidiaire verzoek tot adoptie naar Nederlands recht toegewezen, omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en het in het kennelijk belang van het kind is. De rechtbank gelast tevens de inschrijving van de geboorteakte en behoudt de naam van het kind.
De beslissing benadrukt het belang van het kind en dat het niet de dupe mag worden van procedurele tekortkomingen van de adoptieouders. De strafrechtelijke procedure rond de aangifte van de Raad voor de Kinderbescherming wordt niet afgewacht om duidelijkheid te verschaffen over de positie van het kind.
Uitkomst: De rechtbank wijst de erkenning van de buitenlandse adoptie af maar spreekt de adoptie naar Nederlands recht uit in het belang van het kind.