ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7737
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.P.M. Eberhard
- A.C. Enkelaar
- H.M. van Niftrik
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor medeplichtigheid aan poging afpersing met geweld met dodelijk gevolg
De rechtbank Amsterdam heeft op 5 april 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarin een minderjarige verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij de gewelddadige dood van een slachtoffer in diens woning te Amsterdam. Verdachte werd onder meer beschuldigd van moord, doodslag, uitlokking en medeplichtigheid aan poging tot afpersing en/of diefstal met geweld, waarbij het slachtoffer overleed.
De rechtbank sprak verdachte vrij van moord, doodslag en uitlokking wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Wel werd vastgesteld dat verdachte zich schuldig maakte aan medeplichtigheid aan poging tot diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld, met dodelijke afloop, en het voorhanden hebben van een imitatiepistool. Verdachte had informatie verstrekt aan medeverdachten over het slachtoffer en diens woning, waardoor de beroving en de fatale verwurging konden plaatsvinden.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het delict, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een gedragsstoornis en problematische achtergrond, en de noodzaak van behandeling. Daarom werd een jeugddetentie van 238 dagen opgelegd, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, onder toezicht en met verplichte behandeling in Barentsz te Den Dolder.
De vordering tot schadevergoeding van de nabestaande werd deels toegewezen voor materiële schade (uitvaartkosten), maar de immateriële schade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van een erkend psychiatrisch ziektebeeld. Verdachte werd veroordeeld tot betaling van een vijfde deel van de uitvaartkosten, met wettelijke rente en kosten.
De rechtbank wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af, ondanks dat verdachte zich binnen de proeftijd aan een strafbaar feit had schuldig gemaakt. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 238 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest en voorwaardelijke PIJ-maatregel met verplichte behandeling en toezicht.