ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7647
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen strafrechtelijke ontruiming kraakpanden op grond van Wet kraken en leegstand
Deze zaak betreft een kort geding waarin eiser de Staat verzoekt te verbieden strafrechtelijke ontruimingen van kraakpanden uit te voeren totdat er deugdelijke regelgeving is vastgesteld die voldoet aan de eisen van artikel 8 EVRM Pro en artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM.
De Wet kraken en leegstand, die per 1 oktober 2010 in werking trad, maakt kraken strafbaar en geeft opsporingsambtenaren de bevoegdheid tot ontruiming op grond van verdenking van kraken. Na eerdere uitspraken van het Gerechtshof Den Haag en Amsterdam is door het College van procureurs-generaal een beleidsbrief opgesteld die regels geeft over de aankondiging van ontruimingen en de mogelijkheid voor krakers om een kort geding aan te spannen.
Eiser betoogt dat het beleid onvoldoende rechtsbescherming biedt, onder meer vanwege de korte termijn van zeven dagen om een kort geding aan te spannen, de wijze van aankondiging en het ontbreken van waarborgen voor eigendomsrechten. De Staat verdedigt het beleid en stelt dat de belangenafweging reeds door de wetgever is gemaakt en dat ontruiming proportioneel is gezien het belang van de eigenaar.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beleid niet in formele wet hoeft te zijn vastgelegd, dat de termijn van zeven dagen voldoende is, en dat de aankondiging op de gevolgde wijze deugdelijk is. Ook is de belangenafweging in dit concrete geval in het voordeel van de eigenaar en rechtvaardigt de strafrechtelijke ontruiming. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en bevestigt dat de strafrechtelijke ontruiming proportioneel en rechtmatig is.