ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ6536
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak misleiding en veroordeling voor aanbieden beleggingen zonder vergunning
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het gebruik van valse documenten en het aanbieden van beleggingen zonder vergunning. Verdachte werd vrijgesproken van het eerste feit omdat niet bewezen kon worden dat zij opzettelijk gebruik maakte van de valse geschriften. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een onopgemerkte fout zonder opzet.
Voor het tweede feit, het aanbieden van beleggingen zonder vergunning buiten een besloten kring, werd verdachte wel veroordeeld. Verdachte had beleggingen aangeboden aan meer dan 23 particulieren via callcenters, zonder vergunning op grond van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb). De verdediging voerde verjaring en gewijzigde regelgeving aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren omdat het bewezen feit binnen de verjaringstermijn viel en de nieuwe regelgeving niet gunstiger was.
De rechtbank legde een taakstraf van 180 uur op met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden en het belang van speciale preventie. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens gebrek aan direct causaal verband tussen het bewezen feit en hun schade.
De uitspraak benadrukt het belang van vergunningen bij het aanbieden van beleggingen en bevestigt de ruime beleidsvrijheid van het openbaar ministerie bij de keuze tot strafrechtelijke vervolging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van misleiding maar veroordeeld tot een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor het aanbieden van beleggingen zonder vergunning.