ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3707
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderbijslag wegens ontbreken duurzame woonplaats in Nederland
Eiser, met de Nederlandse en Egyptische nationaliteit, vorderde kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2005. Verweerder herzag dit besluit en stelde dat eiser geen duurzame persoonlijke band met Nederland had en daarom niet als ingezetene kon worden aangemerkt. Uit onderzoek bleek dat eiser voornamelijk in Egypte verbleef, een handelsagent was met activiteiten in meerdere landen en slechts onregelmatig in Nederland verbleef.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar een juridische band met Nederland had, maar dat zijn sociale en economische bindingen met Nederland zwak waren. Zijn woonplaats lag niet in Nederland, mede omdat zijn gezin in Egypte woonde en hij daar het middelpunt van zijn maatschappelijk leven had. Het arrest van de Hoge Raad van 21 januari 2011 werd betrokken, maar leidde niet tot een ander oordeel.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door niet volledig te informeren over zijn werkzaamheden en verblijfplaats. Er waren geen dringende redenen om af te zien van herziening. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de herziening van de kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2005 in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2005 blijft gehandhaafd.