ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ1648
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van der Meer
- H.M. van Dam
- J.W.H.G. Loyson
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in zaak Wilders wegens vermeende partijdigheid
In de zaak rond Geert Wilders heeft de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam op 18 april 2011 het wrakingsverzoek van Wilders afgewezen. Het verzoek betrof het wraken van drie rechters die betrokken waren bij de hoofdzaak met parketnummer 13/425046-09. De aanleiding was een vermeende tegenstrijdigheid in verklaringen van getuige Hendriks over de reden en thematiek van een bijeenkomst waarbij een getuige-deskundige was uitgenodigd.
De verdediging stelde dat deze tegenstrijdigheid een verdenking van meineed opleverde en dat de rechtbank ten onrechte weigerde een proces-verbaal van meineed op te maken. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaringen niet tegenstrijdig waren en dat het onderscheid tussen de reden en thematiek van de uitnodiging niet kunstmatig was. Ook werd geoordeeld dat de wraking niet kon worden gebaseerd op eerdere procedurele beslissingen omtrent het horen van getuigen.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat het wrakingsverzoek aan strenge eisen moet voldoen. De motivering van de rechtbank was niet onbegrijpelijk of ondeugdelijk en er was geen aanwijzing voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.