ECLI:NL:RBAMS:2011:BP8386
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vrijwaringsincidenten en afwijzing vordering tot overlegging koopovereenkomst
In deze civiele procedure bij de rechtbank Amsterdam stonden vrijwaringsincidenten en een incidentele vordering tot overlegging van bescheiden ex artikel 843a Rv centraal. Centric en Ordina vorderden vrijwaring in verband met verzekeringspolissen en garanties die verband houden met een schadevergoedingsverplichting van Insinger de Beaufort. De rechtbank oordeelde dat het belang van Centric en Ordina bij deze vrijwaringsvorderingen voldoende aannemelijk was, mede door overlegging van verzekeringspolissen en een verklaring van Centric Holding B.V. over garanties in een koopovereenkomst.
Tegelijkertijd vorderde Insinger de Beaufort inzage in de koopovereenkomst tussen Ordina en Centric Holding B.V. op grond van artikel 843a Rv. De rechtbank wees deze vordering af omdat Insinger de Beaufort geen partij was in de betreffende rechtsbetrekking en de gevraagde inzage zou leiden tot een ongeoorloofde 'fishing expedition'. Tevens was niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 843a Rv.
De rechtbank stelde dat het recht op inzage in bescheiden onder artikel 843a Rv alleen geldt indien de partij bekend is met de inhoud van het stuk maar het niet in haar bezit heeft, wat hier niet het geval was. De beslissing omtrent de kosten van de incidenten werd aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak. De zaak werd verwezen voor verdere conclusies van repliek. Het vonnis werd gewezen door mr. C.M.E. de Koning en op 16 maart 2011 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vrijwaringsincidenten toe en wijst de vordering tot overlegging van de koopovereenkomst af.