ECLI:NL:RBAMS:2010:BV9063
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens geringe overschrijding toetsbedrag
Eiseres verzocht om een langdurigheidstoeslag op grond van de WWB, maar haar aanvraag werd afgewezen omdat haar inkomen in 2008 met €3,66 boven het toetsbedrag lag. De rechtbank overwoog dat artikel 3 van Pro de Verordening Langdurigheidstoeslag WWB betrekking heeft op het jaarlijks gemiddelde inkomen en niet op het gemiddelde over drie jaar.
Eiseres stelde dat de geringe overschrijding van het toetsbedrag en haar gebrek aan arbeidsmarktperspectief een onbillijke situatie vormden waarop artikel 6 van Pro de Verordening van toepassing zou moeten zijn. De rechtbank verwierp dit en verwees naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat ook een geringe overschrijding telt als niet voldoen aan de inkomenseis.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van rechtsongelijkheid omdat de cumulatieve voorwaarden van de WWB verschillen tussen inkomen en vermogen. De geringe overschrijding kon niet worden gecompenseerd door een lager vermogen. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt ongegrond verklaard vanwege een geringe overschrijding van het toetsbedrag.