ECLI:NL:RBAMS:2010:BV8211
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht Dexia en eigen schuld bij lease-overeenkomst met restschuld
In deze zorgplichtzaak tussen eiser en Dexia Bank Nederland N.V. heeft de kantonrechter Amsterdam op 9 juni 2010 uitspraak gedaan. Eiser stelde dat Dexia tekort was geschoten in haar zorgplicht bij het aangaan van een lease-overeenkomst, maar kon onvoldoende onderbouwen dat de financiële last onaanvaardbaar zwaar was. Dexia beriep zich op eigen schuld van eiser en stelde dat zij het aangaan van de overeenkomst niet hoefde te ontraden.
De kantonrechter verwijst naar een eerder tussenvonnis en constateert dat eiser niet voldeed aan zijn verzwaarde stelplicht en bewijslast omtrent zijn inkomens- en vermogenspositie, mede gelet op het feit dat hij mogelijk een gezamenlijke huishouding voerde met zijn partner. Hierdoor werd de stelling van Dexia over eigen schuld als vaststaand beschouwd, wat betekent dat de schade uit betaalde maandtermijnen volledig voor rekening van eiser blijft.
Ten aanzien van de restschuld oordeelt de kantonrechter dat op grond van de lease-overeenkomst en jurisprudentie een deel van de schade, namelijk een derde, voor rekening van eiser blijft. Dexia dient daarom een bedrag van €1.022,81 aan eiser te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 oktober 2005. De vordering met betrekking tot de BKR-registratie wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot betaling van €1.022,81 plus wettelijke rente wegens restschuld, terwijl de schade uit betaalde termijnen voor rekening van eiser blijft.