ECLI:NL:RBAMS:2010:BQ7760
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verboden tweede proeftijd wegens persoonlijke band tussen oude en nieuwe werkgever
In deze zaak vordert eiser betaling van salaris en toelating tot werk bij gedaagde, waarbij hij betwist dat hij in proeftijd is ontslagen. Eiser werkte sinds najaar 2009 bij een restaurant van Sabbaf en trad feitelijk per 1 april 2010 in dienst bij gedaagde, die een verbonden onderneming is. Gedaagde stelt dat de arbeidsovereenkomst pas per 1 juni 2010 inging met een geldige proeftijd.
De kantonrechter overweegt dat niet kan worden aangenomen dat eiser vanaf 1 april 2010 in dienst was, maar acht het aannemelijk dat er sprake is van een verboden tweede proeftijd vanwege de nauwe banden tussen Sabbaf en gedaagde en de uitwisseling van personeel. Hierdoor is het proeftijdbeding ongeldig en is het ontslag nietig.
De arbeidsovereenkomst is na 14 juni 2010 blijven doorlopen en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van loon vanaf 1 juni 2010 tot 30 november 2010. De vordering tot wedertewerkstelling en dwangsommen wordt afgewezen. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10%. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van loon vanaf 1 juni 2010 tot einde contract en het ontslag in de tweede proeftijd wordt nietig verklaard.