ECLI:NL:RBAMS:2010:BP5569
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loondoorbetaling en verrekening bij opschorting wegens reïntegratieweigering werknemer
Eiser is sinds 7 november 2005 in dienst bij gedaagde en was sinds 22 februari 2007 arbeidsongeschikt. Gedaagde schortte per 1 juli 2009 het loon op vanwege het ontbreken van medewerking van eiser aan zijn reïntegratie, nadat eiser zonder toestemming twee maanden naar India wilde vertrekken voor een hersteltraject. De Arbo-arts had hiervoor wel medisch geen bezwaar, maar toestemming van gedaagde was vereist.
Eiser vorderde betaling van zijn salaris vanaf 1 juli 2009, inclusief wettelijke verhoging en rente, omdat hij geen loon ontving en financiële problemen kreeg. Gedaagde maakte de opschorting later ongedaan maar stelde dat zij slechts 70% van het salaris verschuldigd was na het eerste ziektejaar en verrekende een loonvordering met het salaris.
De rechtbank oordeelde dat de opschorting van 1 juli tot 1 september 2009 gegrond was, maar dat de loonbetaling en wettelijke verhoging en rente vanaf 1 september tot 1 december 2009 moesten worden toegewezen. Vanaf 1 december 2009 tot 18 februari 2010 was verrekening toegestaan, maar gedaagde moest rekening houden met de beslagvrije voet en had onvoldoende overleg gevoerd met eiser. De loonbetaling werd vastgesteld op 70% van het bruto salaris. De vorderingen werden deels toegewezen en gedaagde werd veroordeeld tot betaling van salaris, wettelijke verhoging en rente, alsmede de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde moet 70% van het bruto salaris betalen over 1 juli 2009 tot 18 februari 2010, inclusief wettelijke verhoging en rente, met verrekening beperkt tot rekening houden met beslagvrije voet.