ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6922
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging loondoorbetalingsverplichting wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
De zaak betreft een geschil over de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting van KLM jegens een arbeidsongeschikte werknemer. Het UWV had de loondoorbetalingsperiode met 52 weken verlengd vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever. KLM betwistte dit besluit en stelde dat zij voldoende inspanningen had verricht, onder meer door tijdelijke werkhervatting en een re-integratiebeleid met instemming van de Ondernemingsraad.
De rechtbank oordeelde dat KLM weliswaar re-integratie-inspanningen had verricht, maar dat deze niet gericht waren op een structurele werkhervatting passend bij de functionele mogelijkheden van de werknemer. De tijdelijke arbeidstherapeutische werkzaamheden waren te lang en er was geen adequaat onderzoek gedaan naar passend werk binnen het eigen bedrijf. Het interne beleid van KLM werkte vertragend en er was geen concreet einddoel vastgesteld.
Verder concludeerde de rechtbank dat KLM vanaf de eerstejaarsevaluatie op 26 januari 2008 had moeten inzetten op het tweede spoor, omdat het onduidelijk was of terugkeer naar het eigen werk mogelijk was. De rechtbank vond dat het UWV terecht had geoordeeld dat onvoldoende re-integratie-inspanningen waren verricht en dat er geen deugdelijke grond was voor het tekort. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van KLM wordt ongegrond verklaard en de loondoorbetalingsverplichting wordt met 52 weken verlengd.