ECLI:NL:RBAMS:2010:BO1256
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldige cessie en compensatieplicht luchtvaartmaatschappij op grond van EG-verordening 261/2004
In deze zaak vordert EUclaim namens passagiers compensatie van KLM op grond van EG-verordening 261/2004. De passagiers hadden hun vorderingen aan EUclaim gecedeerd. KLM stelde dat de cessie niet rechtsgeldig was en dat compensatie niet verschuldigd was omdat passagiers op Curaçao al bijstand en compensatie hadden ontvangen.
De kantonrechter oordeelde dat de cessie rechtsgeldig was, ook voor de vordering van een minderjarig kind, omdat de ouders als wettelijk vertegenwoordigers de vordering hadden overgedragen zonder dat een machtiging van de kantonrechter nodig was. Verder werd geoordeeld dat de verordening ook van toepassing is als er op een derde land geen regeling bestaat die compensatie en bijstand voorschrijft zoals in de verordening is bepaald.
Omdat KLM geen geldelijke compensatie had verstrekt conform artikel 7 lid 1 van Pro de verordening en geen schriftelijke toestemming had voor alternatieve compensatie, was KLM alsnog gehouden tot compensatie. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. KLM werd veroordeeld tot betaling aan EUclaim en in de proceskosten.
Uitkomst: KLM is veroordeeld tot betaling van compensatie, incassokosten en rente aan EUclaim wegens rechtsgeldige cessie en compensatieplicht op grond van EG-verordening 261/2004.