ECLI:NL:RBAMS:2010:BO0134
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tijdelijk huisverbod wegens onvoldoende gevaar voor veiligheid huisgenoot
Op 6 april 2010 werd aan de man een tijdelijk huisverbod opgelegd na een incident in de huiselijke sfeer waarbij politie werd ingeschakeld. De man werd aangehouden wegens mishandeling van de vrouw, die aangifte deed. Het huisverbod werd gebaseerd op het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) en omvatte een verbod voor de man om de woning te betreden en contact met de vrouw te hebben.
De man stelde dat hij zelf slachtoffer was van huiselijk geweld, dat het besluit niet zorgvuldig was genomen en dat zijn advocaat niet tijdig op de hoogte was. Hij betwistte de juistheid van de vaststellingen in de processen-verbaal en stelde dat hij handelde uit zelfverdediging. De rechtbank concludeerde dat het huisverbod voornamelijk gebaseerd was op het geconstateerde letsel bij de vrouw, terwijl er geen eerdere geregistreerde incidenten van huiselijk geweld waren.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit van letsel onvoldoende was om een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de vrouw aan te nemen. Ook ontbrak een deugdelijke motivering en was het besluit niet zorgvuldig voorbereid. Het beroep van de man werd gegrond verklaard, het huisverbod vernietigd en de gemeente Amsterdam veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het tijdelijk huisverbod aan de man wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en motivering.