ECLI:NL:RBAMS:2010:BN4403
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonvordering na arbeidsconflict over uitleg vaststellingsovereenkomst en arbeidsongeschiktheid
Werknemer [eiser] was sinds december 2006 in dienst bij [gedaagde] B.V. en raakte betrokken bij een arbeidsconflict. Vanaf 4 november 2009 meldde hij zich arbeidsongeschikt wegens stressgerelateerde klachten. De bedrijfsarts verklaarde hem tot 19 november 2009 arbeidsongeschikt, maar achtte hem daarna arbeidsgeschikt op basis van een richtlijn omtrent arbeidsconflicten. Werknemer bleef echter ziek gemeld en stelde dat de arbeidsongeschiktheid voortduurde.
Partijen sloten op 8 februari 2010 een vaststellingsovereenkomst waarbij de arbeidsovereenkomst per 1 april 2010 werd beëindigd. De kern van het geschil betrof de uitleg van de bepaling over het "gebruikelijke salaris" en de vraag of werknemer recht had op volledige loondoorbetaling over de periode van arbeidsongeschiktheid.
De kantonrechter stelde vast dat werknemer ook na 19 november 2009 arbeidsongeschikt was en dat hij daarom aanspraak kon maken op salarisbetaling. Uit het verzuimprotocol van [gedaagde] bleek dat bij arbeidsongeschiktheid 90% van het laatstverdiende salaris betaald wordt. De kantonrechter wees de vordering toe tot betaling van 90% van het salaris, vermeerderd met vakantiegeld en een wettelijke verhoging van 25%, onder aftrek van reeds betaalde bedragen.
De vorderingen tot betaling van een voorschot op schadevergoeding en tot afgifte van loonstroken werden afgewezen. De tegenvorderingen van [gedaagde] werden eveneens afgewezen. De kantonrechter veroordeelde [gedaagde] tot betaling van het loon en de kosten van het geding aan de zijde van werknemer.
Uitkomst: Werknemer krijgt 90% van het salaris over de arbeidsongeschiktheidsperiode met wettelijke verhoging en rente toegewezen.