ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2502
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Schorsing intrekking bijstandsuitkering wegens twijfel aan redelijke grond voor onaangekondigd huisbezoek
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd ingetrokken per 12 april 2010 wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie en het niet benutten van de mogelijkheid deze alsnog te geven. Het besluit was gebaseerd op artikelen 17, 11 en 19 van de Wet Werk en Bijstand (WWB).
Verzoekster betoogde dat het besluit onrechtmatig was omdat het niet gemotiveerd was, zij niet van het voornemen tot intrekking was geïnformeerd, en dat de gemandateerde ambtenaar niet bevoegd was. Ook ontbrak een belangenafweging. De voorzieningenrechter constateerde een motiveringsgebrek maar vond dat dit in bezwaar kon worden hersteld.
Cruciaal was de vraag of er een redelijke grond bestond voor het onaangekondigde huisbezoek op 12 april 2010. Verweerder baseerde dit op eerdere onregelmatigheden bij een huisbezoek in oktober 2009, maar omdat het bezwaar tegen de intrekking van november 2009 gegrond was verklaard en de bijstand werd hervat, bestond twijfel over de redelijke grond. De voorzieningenrechter vond dat dit in de bodemprocedure moest worden uitgezocht.
Verder werd geoordeeld dat bij een onaangekondigd huisbezoek een belanghebbende ten minste één keer mag weigeren medewerking te verlenen bij medische redenen, wat verzoekster stelde vanwege een galsteenaanval.
Gezien de twijfel over de redelijke grond voor het huisbezoek werd het bestreden besluit geschorst en werd verweerder opgedragen voorschotten toe te kennen conform de bijstandsnorm vanaf 10 mei 2010 tot zes weken na het besluit op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt geschorst en voorschotten worden toegekend.