ECLI:NL:RBAMS:2010:BN1981
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatige doorzoeking op basis van niet-geverifieerde CIE-informatie
Verdachte werd verdacht van het bezit en de handel in cocaïne en andere middelen, waarbij de doorzoeking van zijn woning plaatsvond op basis van informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). Deze informatie was afkomstig van één informant, waarvan de betrouwbaarheid niet kon worden vastgesteld en onvoldoende was geverifieerd.
De verdediging voerde aan dat de CIE-informatie te beperkt, onvolledig en gedateerd was, en dat daardoor de doorzoeking en aanhouding onrechtmatig waren. De rechtbank oordeelde dat de doorzoeking niet voldeed aan de vereisten van artikel 49 Wwm Pro en artikel 9 Opiumwet Pro, omdat er geen redelijk, geverifieerd vermoeden bestond dat verdachte zich schuldig maakte aan de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank stelde vast dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijkheid niet kon worden toegewezen, maar dat het verkregen bewijs, waaronder de in beslag genomen verdovende middelen, niet tot het bewijs mochten worden toegelaten vanwege schending van het huisrecht. De verklaring van verdachte, afgenomen na de onrechtmatige aanhouding, werd eveneens uitgesloten als 'besmette vrucht'. Uiteindelijk sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs door onrechtmatige doorzoeking.