ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0973
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling effectenlease-overeenkomsten en zorgplicht bij vernietiging en schadevergoeding
Dexia Bank Nederland vordert betaling van openstaande bedragen uit twee effectenlease-overeenkomsten gesloten met [gedaagde in conventie]. [gedaagde in conventie] en [tussenkomende partij] betwisten de vordering en vorderen vernietiging van de overeenkomsten wegens ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenoot en schending van de bijzondere zorgplicht door Dexia.
De rechtbank stelt vast dat de lease-overeenkomsten kwalificeren als huurkoop en dat de schriftelijke toestemming van de echtgenoot ontbreekt, waardoor vernietiging mogelijk is. Echter, het beroep op vernietiging is verjaard omdat [tussenkomende partij] al meer dan drie jaar voor de vernietigingsbrief op de hoogte was van de overeenkomsten, wat blijkt uit het bewijsvermoeden van kennis via bankafschriften dat niet is ontkracht.
De rechtbank oordeelt dat Dexia haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor het risico van restschuld en onvoldoende onderzoek te doen naar de financiële draagkracht van [gedaagde in conventie]. Er is causaal verband tussen deze schending en de schade. De schade wordt verminderd met het voordeel van ontvangen dividenden en deels toegerekend aan eigen schuld van [gedaagde in conventie]. De rechtbank wijst de vordering van Dexia toe tot een bedrag van €3.339,41 met wettelijke rente en wijst de vordering van [gedaagde in conventie] tot vernietiging af wegens verjaring.
Uitkomst: Dexia wordt gedeeltelijk in het gelijk gesteld en [gedaagde in conventie] veroordeeld tot betaling van €3.339,41 met rente; vernietiging van de lease-overeenkomsten wordt afgewezen wegens verjaring.