ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8587
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet-strafbaar lozen van schadelijke stoffen op zee volgens MARPOL 73/78
De rechtbank Amsterdam behandelde twee zaken tegen verdachte wegens het lozen van schadelijke vloeistoffen in de Noordzee binnen de Exclusieve Economische Zone van het Verenigd Koninkrijk. Verdachte werd verweten opzettelijk waswater met restanten van schadelijke stoffen te hebben geloosd vanaf Nederlandse tankers, in strijd met voorschriften van het MARPOL 73/78 verdrag.
De kern van het geschil betrof de interpretatie van het begrip "en route" in voorschrift 13 van Bijlage II van MARPOL 73/78. De officier van justitie stelde dat het lozen strafbaar was omdat het schip willens en wetens naar zee voer met als enig doel het lozen van waswater, wat volgens haar niet onder "en route" valt. De verdediging voerde aan dat de lozingen legaal waren omdat aan de voorwaarden van het verdrag was voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het begrip "en route" conform de authentieke Engelse tekst van het verdrag betekent dat het schip varende moet zijn, zonder dat het noodzakelijk is dat het schip onderweg is naar een andere haven. Uit internationale vergaderstukken en getuigenverklaringen bleek dat het fenomeen van het verlaten van de haven enkel om waswater te lozen ('zeezwaaien') niet verboden is binnen de definitie van "en route".
Omdat verdachte handelde binnen de voorwaarden van het verdrag en de Nederlandse wetgeving geen strengere eisen stelt, werd het bewezenverklaarde niet strafbaar geacht. Verdachte werd vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het lozen van waswater tijdens varen 'en route' niet strafbaar is volgens MARPOL 73/78 en Nederlandse wetgeving.